Invoering VAF Low budget bonus
Het VAF lanceert een bonus-systeem waarbij producenten van een (Vlaams majoritaire) low budget film een extra vergoeding kunnen verdienen uit de eerste inkomsten van hun film.
Waarom wordt deze low budget bonus in het leven geroepen?
De vergoeding voor een producent wordt standaard berekend als een gecumuleerd percentage van het totale productiebudget, n.l. 7,5 % producers fee + 7,5 % voor overheads. Zowel de berekeningswijze als de hoogte van de daaruit resulterende bedragen zijn conform gangbare internationale maatstaven.
Bovenstaande systematiek houdt evenwel in dat het voor producenten vaak niet rendabel is om goedkope films te produceren, aangezien hun vergoeding wordt berekend op dit lage productiebudget. Nochtans zijn er soms goede redenen om op een andere manier en buiten de gangbare normen te willen produceren: het moeilijke financieringsklimaat in deze tijden van besparing, de wens om het financieringstraject te verkorten, nieuwe realisatie- en productietechnieken, aanwending van nieuwe technologieën, andere wijzen van storytelling, enz.
Het VAF wil daarom een perspectief op een redelijke basisvergoeding bieden aan producenten en makers van low budget films. In wat volgt bedoelen we met de term ‘producent’ eigenlijk het ‘aandeel producent’ omdat het perfect mogelijk is dat dit aandeel bij verdeling van de exploitatie-inkomsten verder wordt verkaveld naar andere partijen die zouden mee geparticipeerd hebben in de film (b.v. regisseur, scenarist, bepaalde cast en crewleden, …). Deze verkaveling dient dan te gebeuren in onderling overleg tussen de producent en de andere betrokken partij(en). Het VAF behandelt dit aandeel in alle stadia als één geheel en bepaalt geen vaste verdeelsleutels tussen subpartijen. Daarvoor is ieder geval te verschillend.
Hoe werkt het systeem?
Het betreft films waarvoor aan het VAF een lager bedrag (zie hieronder) wordt gevraagd dan normaal, waar tegenover het VAF de bonus stelt, die pas verworven wordt wanneer de film erin slaagt een equivalent bedrag aan inkomsten te genereren. In het financieringsplan van de film betreft het m.a.w. een ‘virtuele’ inbreng van de producent. Het is pas bij de recoupment dat deze zich vertaalt in een reële inkomst voor de producent.
Criteria en berekeningswijze
Voor lange fictie- en lange animatiefilm
- Enkel voor Vlaamse majoritaire projecten.
- De bijdrage van het VAF is beperkt tot maximaal 350.000 €.
- De low budget bonus (LBB) bedraagt maximaal 112.500 €, en is afhankelijk van het productiebudget.
- Voor productiebudgetten (above + below-the-line) tot 750.000 € bedraagt de LBB het maximum van 112.500 €, voor hogere budgetten daalt de LBB geleidelijk volgens de formule LBB = 112.500 € – [112.500 € * (budget – 750.000 €) / 750.000] €, om op nul uit te komen voor budgetten hoger dan 1.500.000 €.
- De LBB komt bovenop de normale percentages voor overheads en producer’s fee.
- De LBB moet verplicht worden geparticipeerd en is prioritair op het VAF terugbetaalbaar aan de producent uit de eerste inkomsten van de film.
- De tabel en grafiek hieronder verduidelijken bovenstaande berekeningswijze (simulatie fictie & animatie). In de tabel worden een aantal ijkbedragen gebruikt als voorbeeld van een budget, maar in wezen kan het budget om het even welk bedrag zijn tussen 0 € en 1.500.000 €. Bovenstaande formule levert de juiste LBB op volgens het concrete budget.
Voor lange documentaire
- Enkel voor Vlaamse majoritaire projecten.
- De bijdrage van het VAF is beperkt tot maximaal 40.000 €.
- De low budget bonus (LBB) bedraagt maximaal 30.000 €, en is afhankelijk van het productiebudget.
- Voor productiebudgetten (above + below-the-line) tot 200.000 € bedraagt de LBB het maximum van 30.000 €, voor hogere budgetten daalt de LBB geleidelijk volgens de formule LBB = 30.000 € – [30.000 € * (budget – 200.000 €) / 200.000 €], om op nul uit te komen voor budgetten hoger dan 400.000 €.
- De LBB komt bovenop de normale percentages voor overheads en producer’s fee.
- De LBB moet verplicht worden geparticipeerd en is prioritair op het VAF terugbetaalbaar aan de producent uit de eerste inkomsten van de film.
- De tabel en grafiek in bijlage verduidelijken bovenstaande berekeningswijze (simulatie documentaire). In de tabel worden een aantal ijkbedragen gebruikt als voorbeeld van een budget, maar in wezen kan het budget om het even welk bedrag zijn tussen 0 € en 200.000 €. Bovenstaande formule levert de juiste LBB op volgens het concrete budget.
Het Fonds wil benadrukken dat low budget productie niet als de nieuwe norm beschouwd wordt. Wel hoopt het Fonds dat - binnen een rijke en diverse filmproductie in Vlaanderen - het segment van de kleinschalige en broze projecten met deze maatregel een aanzienlijk grotere slaagkans krijgt.
Meer informatie
- Fictie (incl. reeksen): Dirk Cools – dcools@vaf.be – tel: 02/226.06.50 (tot 1 september 2011 staat Dirk ook in voor korte fictiefilm)
- Filmlab en korte fictiefilm: Sander Vanhellemont – svanhellemont@vaf.be – tel: 02/226.06.48
- Documentaire (incl. reeksen): Myriam De Boeck – mdeboeck@vaf.be – tel: 02/226.06.49
- Animatie (incl. reeksen): Karen Van Hellemont – kvanhellemont@vaf.be – tel: 02/226.06.51








